Gedragsveranderingen na castratie: feit of fabel

 

Er zijn nogal wat vraagtekens als het er om gaat honden na castratie nu wel of niet een gedragsverandering ondergaan. In dit artikel wil ik me concentreren op de vraag of teven na castratie een gedragsverandering ondergaan. Zo ja, hoe is dat dan te verklaren.

 

Wetenschappelijk onderzoek bij reuen heeft aangetoond dat in 60% van de gevallen castratie ervoor zorgt dat de intra - specifieke agressie afneemt. Over eventuele gedragsveranderingen richting andere dieren en mensen zijn geen cijfers bekend.

Wat teven betreft is er een onderzoek van O’Farrell en Peachey(1990) dat aantoont dat teven die in hun eerste levensjaar al enige dominante agressie in het gezin vertoond hadden na castratie nog meer agressie lieten zien. Een ander onderzoek, Heidenberger en Unshel(1990), komen tot een iets andere uitslag, zij constateren dat bij 25 van de 47 teven agressief gedrag verminderde na de castratie, maar bij 10 teven zagen ze een toename van agressie. Deze onderzoekers hadden hun agressie echter niet gespecificeerd. Het is dus onduidelijk of het om  agressie richting gezinsleden gaat of om agressie jegens soortgenoten. Uit recente gegevens, die gepubliceerd staan in het boek van Karen Overall: Clinical Behaviour Medicine for Small Animals, weten we dat teven die voor de leeftijd van 6 maanden dominant gedrag laten zien in het eigen roedel, een hondenroedel of een gezin, na de castratie een grotere kans geven op serieuze agressie problemen. Een eventuele verklaring voor zo’n vroege dominantie is te herleiden uit een onderzoek dat aantoont dat als teven in de baarmoeder ingeklemd hebben gezeten tussen twee reuen ze een meer dan normale hoeveelheid testosteron bezitten. Ga je deze teven castreren dan verdwijnt het laatste restje vrouwelijk hormoon en houden we een ‘manwijf’over. Maar komt gedragsverandering dan alleen maar voor bij deze specifieke groep teven.? Om deze vraag enigszins te beantwoorden ben ik op zoek gegaan naar verdere informatie.

 

Wetenschappelijk onderzoek is niet de enige bron waar we onze kennis vandaan kunnen halen. Gelukkig zijn er binnen de kynologie veel praktijk mensen die het gedrag van hun hond zo goed observeren en lezen dat ze bijzonderheden in dat gedrag opmerken. Een van deze mensen is Connie Berendsen, zij is gedragstherapeut voor honden, heeft een hondenschool  en is in het bezit van 8 honden die in en om het huis leven. Deze roedel bestaat uit 4 Duitse Herders, 3 Duitse doggen en 1 Basset. Het zijn 7 teven en 1 reu. Zo ongeveer eens per jaar  fokt Connie een nest pups van 1 van deze honden. Naast haar honden heeft Connie katten, kippen, varkens, schapen en een papegaai.

Connie heeft haar eigen theorie die verklaart waarom teven die voor hun castratie periodes hadden waarin ze bijzonder tolerant gedrag vertonen ten opzichte van andere dieren dit na een castratie niet meer vertonen. 

Haar oudste hond is de 10 jaar oude Duitse Herder Robin. Een “goed” opgevoede hond, die zelf nooit pups gehad heeft maar wel voor haar castratie zorgde voor o.a. kittens, puppies, kuikentjes, eendjes en lammetjes. De vele foto’s die Connie  hiervan gemaakt heeft getuigen van deze zorgzaamheid. Vanaf het moment dat Robin gecastreerd is, nu zo’n 4 jaar geleden, veranderde haar gedrag. Nu komt het nog maar sporadisch voor dat ze andere dieren onder haar hoede neemt. De keren dat zij opvalt met haar gedrag is wanneer ze een pup van een week of 6 terechtwijst om duidelijk te maken dat zij echt geen melk geeft. Dit terecht wijzen doet ze heel duidelijk en de puppen weten meteen wat haar grommen betekent: uit de buurt blijven. Wanneer er jongen dieren bij Connie in of om het huis geboren worden, komt  de Duitse Herder nog zelden uit haar zelf om te moederen. Connie denkt dat dit verlies van tolerant gedrag te verklaren is uit het feit dat een gecastreerde teef niet meer schijnzwanger kan worden. Omdat de hormonale wisselingen zijn verdwenen is het gedrag van de teef het hele jaar constant. De tolerantie die ze vroeger vertoonde omdat ze schijnzwanger was is nu verdwenen.  De andere niet gecastreerde teven uit Connie’s roedel zijn allen zeer sociaal en tolerant. Zodra een van de dames puppies heeft moederen ze er gezamenlijk lekker op los. Als de biologische moeder het toelaat verzorgen de teven gezellig samen de pups.

Hoe ouder de puppen worden, des te meer neemt de moeder afstand van ze en worden de puppen zelfstandiger. Zo geleidelijk als dit gaat,  zo geleidelijk neemt ook de tolerantie van de moeder en de hulpmoeders af.

Uit het gedrag van haar eigen teven trekt Connie de conclusie dat de castratie teven niet zozeer dominanter of moeilijker in de omgang maakt, maar wel dat de tolerantie die er voor die tijd  was nu niet meer voorkomt. Er komt dus niet iets bij maar er gaat iets aan gedrag weg waardoor de indruk overblijft dat het dier agressiever is geworden.

 

Dierenartsen geven over het algemeen het advies om een castratie uit te voeren tussen 2 loopsheden in of voor de 1e loopsheid. Dat zijn n.l. de momenten waarin er zo weinig mogelijk “doorbloeding” is van de baarmoeder en een operatie dus minder risico’s met zich mee brengt. In deze stille periode zal ook het gedrag van de teef nauwelijks hormonaal gestuurd worden. Mocht de  theorie van Connie waar zijn dan is die hormonaal stille periode het moment waarop er gekeken kan worden welk gedrag de teef na haar castratie permanent zal gaan vertonen.

Omdat ik er van overtuigd ben dat er ook onder u, de lezers van Dogma, mensen zijn die ervaring hebben met gedragsverandering van hun teef na castratie, wil ik  met behulp van een korte vragenlijst een eerste inventarisatie maken voor een eventueel uitgebreider onderzoek. Bent u in het bezit van een teef wiens gedrag na castratie is veranderd dan hoop ik dat u de volgende 3 vragen wilt beantwoorden en opsturen naar Dogma. Postbus enz

 

  1. Is het gedrag van uw teef veranderd na haar castratie?
  2. Zo ja  kunt u deze verandering zo nauwkeurig mogelijk omschrijven?
  3. Heeft u een verklaring voor de gedragsverandering?

 

 

© Debbie Rijnders 2004